woensdag, december 20, 2006

Bonanza 2006: #10
The Whitest Boy Alive :: Dreams [Asound/Bubbles]



De eerste keer dat ik de muziek van die witte jongen met het rode haar en de forse bril hoorde was tijdens Motel Mozaique, editie 2003. In het zaaltje links voorin Nighttown stond op een piepklein podiumpje, gelijkvloers met het publiek, het beperkte instrumentarium waarmee Erlend Øye en z’n band zouden bouwen aan het feest dat zou volgen. Gekleed in een witte sweater (die zo vanuit de kast nog gevuld met jaren ‘80 kleding zoals die nog in mijn ouderlijk huis staat geplukt lijkt) speelt, springt en danst hij, de hele zaal op sleeptouw nemend naar een eigen universum waarin alles net even anders gekleurd is dan we gewoon zijn.
Later die avond schafte ik zijn solodebuut Unrest aan in de schouwburg waar albums van optredende artiesten verkocht werden. Om de hoek, in de garderobe, gezeten op de grond tussen naar ik me meen te herinneren twee bandleden, leek Øye relaxt een beetje bij te komen van de inspanningen eerder die avond. In het felle tl-licht, onder de jassen die hem als een cocon leken te omvatten. Ietwat ongemakkelijk en daartoe aangespoord door vrienden benarderde ik hem met de vraag of hij mijn zojuist aangeschafte exemplaar van zijn album wilde signeren. Met een vermoeide blik keek hij omhoog (wat een rare situatie!) en stemde vriendelijk glimlachend in. “Eh, heb je misschien ook iets om mee te schrijven?” Terwijl de vrienden naar de balie snelden om zulks te regelen bleef ik daar staan, hij nog altijd in kleermakerszit op de grond. Zoekend naar een ontspannen houding complimenteerde ik hem met z’n aanstekelijke optreden terwijl hij de fold-out hoes van het album uitvouwde en de gigantische foto van Bergen bij nacht bekeek. Op mijn vraag of hij daar nog altijd woonde (ja je moet toch wat) pakte hij een schijf uit de hoes en wees op de binnenhoes naar de foto die als basis had gediend voor de albumcover. Hierop was hijzelf te zien, staand in een stijlvol ingericht appartement, met aan de muur de foto van Bergen op posterformaat: “Nee, hier woon ik momenteel, in Berlijn”. Inmiddels werd hem een stift aangereikt, waarmee hij vervolgens de hoes van zijn eigen album aanpaste: de “U” en de “r” van de titel werden doorgestreept, “Build your own” werd erboven geschreven en zichzelf voorzag hij van een kroontje. Glimlachend pakte ik de uitgestoken dubbel-lp weer aan en na hem vriendelijk bedankt te hebben liep ik wapperend (langzaam drogende inkt) de schouwburg uit - de rest van het festival in. Weer had ik even deel uitgemaakt van zijn wereld.
Dreams doet min of meer hetzelfde. Luisterend op de hoofdtelefoon is het alsof hij enkel voor mij aan het spelen is. Alsof hij weer tegenover me zit - nu met een gitaar in de hand in plaats van een stift - en losjes de contouren van zijn dromen uittekent. Want met name die gitaar is de reden waarom ik naar dit album blijf luisteren. Zo direct, zo naast me. Onder de jassen.

mp3: Inflation