vrijdag, januari 13, 2006

Jaarlijst Bonanza #3: Alasdair Roberts - No Earthly Man [Drag City]


De reis vanuit Hull naar Edinburgh verliep voorspoedig. Het liften vanuit Engeland naar Schotland bleek minder moeizaam dan verwacht en in drie etappes bereikten we de stad op de gewenste avond, die van de wedstrijd Nederland - Ierland op het Wereldkampioenschap voetballen.

Twee dagen later bleken we moeilijk de stad uit te komen. Ons af en toe omdraaiend om de duim op te steken staken we uiteindelijk te voet de Forth of Firth over. Ter compensatie van dit groot onrecht hadden we een continu uitzicht op de prachtige Forth Rail Bridge. Eenmaal overgestoken werden we snel opgepikt en na een kort ritje afgezet bij een rotonde net buiten Perth, alwaar het verkeer dat 'onze' afslag nam vrij zeldzaam bleek. We waren dan ook blij verbaasd toen een witte Saab rustig in de berm tot stilstand kwam. Een raampje werd omlaag gedraaid en een hoofd met grijsgevlekte baard draaide zich ietwat moeizaam naar ons toe. We vroegen of we een lift konden krijgen. Jazeker. Waar hij naar toe ging? Naar het noorden. Mooi, onze kant op. We stapten in, ik achterin, F. in de bijrijderstoel.

Ian was een joekel van een vent. Kolenschoppen als handen. Hij rookte Benson & Hedges 100's. Vanwege zijn starre nek, hij kon echt niet achterom kijken, vroeg hij ons af en toe vóór hem te kijken of er wellicht achterop komend verkeer was wanneer hij af wilde slaan. Zijn nek bleek op zijn romp gefixeerd, middels een stalen constructie. Gevolg van een ongeluk waarbij een paard op de auto terecht was gekomen bovenop de bijrijdersstoel waarop hij zat, als jongeman van 16. Hij moest waanzinnig sterk zijn want ondanks deze handicap was hij hekkenbouwer geworden. Niet van die flauw gepaalde prikkeldraadhekken, nee, stenen afzettingen die golvend door het landschap de weilanden van een indrukwekkend kader voorziet. Duizend kilo stenen per strekkende meter, handgelegd. Hij kon prachtig vertellen.

Z'n radio bleek stuk, of wij het misschien leuk vonden als hij zélf wat zou zingen, iets dat hij placht te doen op zijn lange reizen door het koninkrijk. Tsja, hoe konden wij, als gast in zijn auto, weigeren? Zijn verschijning had me compleet op het verkeerde been gezet; waar ik een lallende bariton had verwacht klonk een prachtige, ietwat afstandelijke, tenor. Alle liederen hadden de dood als thema. Dood als einde van een relatie. Familie, vrienden, geliefden. We durfden niks te vragen. Stil werd het om ons heen. Koud. Ik zag een rilling door F. heengaan. Buiten werd het mistig en we leken over de weg langs de noordoostkust te zweven. Gedachten dwaalden af. Plotseling toeterde hij. Er was evenwel niemand en niks te zien. Hij toeterde even later opnieuw, ogenschijnlijk weer zonder aanleiding. Uiteindelijk verbrak F. de stilte: "Waarom toeter je?". "Soms, tijdens langdurige autoritten, dwalen mijn gedachten af", antwoordde Ian. "Ik toeter dan om mezelf geconcentreerd te houden, om me niet te verliezen in die gedachten". Niet helemaal gerustgesteld reden we verder. Een uur verder stapten we uit, in een mistig Thurso. We tuurden de zee op, maar kwamen niet verder dan een meter of 100. Wat stond ons nog te wachten?